(door Jetske Brouwer & Jaap Tielbeke en ondersteunt door onze redactie)

AMSTERDAM-NOIR- De (TTIP&CETA)-Globalisering(Video) van de armoede door de Ultra-Rijken Elite-Gangsters slaat ook keihard toe bijJudas Juncker Kiss de massa en de melkveehouderij. Geert Mak bralt het goed voor een miljoen subsidie!
Het ophanden zijnde fosfaatstelsel in de Nederlandse melkveehouderij is een onacceptabele vorm van staatssteun, heeft de EU besloten. De sector moet als de wiedeweerga met een nieuw plan komen om de fosfaatuitstoot in te perken. Zo niet, zal Nederland zijn uitzonderingspositie in de EU, de zwaarbevochten derogatie, verliezen.De afschaffing van het melkquotum werd door Nederlandse in de maling genomen boeren jubelend onthaald als ‘Bevrijdingsdag’,maar het bleek een Kiss of death van de EU Elite. De gouden tijden blijven uit, want die waren en zijn alleen maar voor de ‘Graai en Naai Elite'(Corporate Crime) met hun politieke Lakeien ‘TTIP-Obama‘ en zijn ‘Little Gay Lord Rutte.’ Sterker nog, boeren moeten hun melkvee naar de slachtbank leiden en worden zelf de ‘honger- bijstand‘ van de PvdA ‘Kapo Klijnsma’ in gejaagd of kunnen zelfmoord plegen. De Boeren behoren straks tot het als maar groter worden arme sloebers leger in de EU dat nu al rond de 50 miljoen ligt. Wat ging er mis? Nou, we kunnen beter vragen wat ging er niet mis in de EU voor de massa!

Hoe Koeien Plofkippen werden en boeren slaven in de Straf de arme maatschappij.

Mijn vader kon nog boeren op intuïtie, maar zo werkt het niet meer sinds wij in de EU zitten.’ Voordat hij een rondleiding geeft over zijn erf wil Gerard van der Hulst eerst wat kwijt over het vak. ‘Ik heb vier adviseurs in dienst: twee voor mestwetgeving, één voor Plofkippenveevoer en één voor de ruimtelijke ordening.’ Boerenslimheid is niet langer voldoende om een succesvol bedrijf te runnen sinds wij moeten concurreren met Melkkoeien uit bijv. de Oekraïne die radioactief melk produceren voor een paar centen de liter, wil hij maar zeggen. Van der Hulst draagt een polo boven een donkere spijkerbroek. ‘Of willen jullie een overall aan?’ vraagt hij, terwijl hij op leren schoenen de koeienstal binnengaat.Al 292 jaar boert zijn familie op deze grond in het Groene Hart. Generatie op generatie werd de boerderij in Hazerswoude doorgegeven, maar zoals de zaken er nu voorstaan raadt hij zijn erfgenaam af om hem op te volgen. ‘Er is een gebrek aan waardering voor wat wij doen. De consument is niet bereid om een fatsoenlijke prijs voor mijn product te betalen, omdat zij ook al kaal gelukt zijn door de EU-Elite. Ik werk tachtig uur per week om mijn hoofd boven water te houden. Dat doe ik mijn zoon toch niet aan?’Van der Hulst behoort tot het slag boeren dat voorop loopt in de industrialisering die de Europese melkveehouderij de afgelopen decennia heeft doorgemaakt. Innoveren en optimaliseren is zijn strategie, anders dreig je als boer achterop te raken. Vorig jaar liet hij een nieuwe stal bouwen, voorzien van alle gemakken. Midden in de ruimte staan drie melkrobots: futuristische machines die 24 uur per dag melken, zonder dat er een mensenhand aan te pas komt. ‘Wachten op melking’ staat op het display terwijl een koe als een Plofkip zijn spenen gewillig laat omsluiten door plastic slangen. ‘Ik moest er meer aan wennen dan de koeien’, zegt Van der Hulst. In het systeem kan hij alles uitlezen: welke koeien wanneer zijn geweest, hoeveel melk ze hebben gegeven, of er koeien met gezondheidsproblemen zijn. Een topapparaat, maar ook een forse investering.

Welke kleur heeft de EU en de Poolse en Nederlandse ‘Uitbuit-dictatuur’?

Graaien Geert Mak’ stak 1 miljoen subsidie de zak een daar kunnen de boeren nog wat van leren.
In de huidige markt laten dit soort investeringen zich niet zo snel terugverdienen. Vanaf een melkprijs van 32 cent per liter is het voor de gemiddelde boer goed mogelijk om de zaken op orde te houden. Op dit moment moet hij dat zien te doen met geert-mak29 cent per liter. Dit betekent volgens de Rabo Misdaadbank dat dertig procent van de melkvee­houders moeite heeft om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. In juli moest de ‘Europese-Graai-Commissie’ bijspringen met een omvangrijk steunpakket, waarvan 23 miljoen terechtkwam bij de Nederlandse zuivelboeren, die zij direct voor het verdeel konden inleveren bij de Rabo misdaadbank.En dat terwijl vorig jaar met de afschaffing van de Brusselse melkquota een lang gekoesterde wens van de Nederlandse melkveeboeren in vervulling was gegaan. Als dat obstakel uit de weg was geruimd, konden zij de wereldmarkt veroveren, was de valse  aangeprate gedachte. Vol enthousiasme stampten ze nieuwe stallen uit de grond met hypotheken van de Rabo bankier-gangsters en schaften jongvee aan. Sinds de opheffing van de quotering lopen er honderdduizend koeien extra in de Nederlandse weiden en is de productie met zestien procent gestegen.‘Wie met zijn bootje door Friesland vaart, ziet gloednieuwe megastallen, brokken van lelijkheid.’ De zwaar gesubsidieerde (vorm van Staats omkoping) Geert Mak zag het in zijn geboortestreek gebeuren, vertelde hij eind april in een openbaar interview op de Universiteit van Wageningen. Medelijden met de boeren die nu in de problemen komen heeft hij niet als Linkse subsidie Staats-propaganda Miljonair. Zij zouden de basale wetten van vraag en aanbod toch ook moeten begrijpen. ‘De prijskeldering had iedereen kunnen zien aankomen. De boeren hebben zich gek laten maken. Ze vragen om hulp van de overheid. Hoezo hulp? Denk liever eerst na voordat je de veestapel vergroot.’  ‘Grachtengordel Maffioso Mak’ gaat volledig voorbij aan het feit dat de boeren in de maling zijn genomen en dat hij dat ook doet.

PvdA Eerlijk Delen: Polen onderbetaald in pluimveesector en ‘Roemenen-Slaven’ in Rotterdam.

De afschaffing van het melkquotum voltooide de (VVD-misdaadgroep en hun PvdA-hoertjes) liberaliseringsslag die de Europese Unie vanaf de jaren tachtig voor ogen had. Met het aantreden het ‘Monster Margaret Thatcher‘ en extreem corrupte Miljonair en belasting ontduiker ‘Ruud -blinnenknijper-Lubbers’ draaide de politieke wind en werd de Europese landbouw stapje voor stapje klaar­gestoomd voor de wereldmarkt( G-20 misdaadgroep) en dus voor de globalisering van de armoede. Tot die tijd genoten de boeren een comfortabele bescherming tegen de grillen van de internationale Maffia-conjunctuur. Importtarieven weerden buitenlandse landbouwproducten van de Europese markt, terwijl overschotten dankzij exportsubsidies in andere landen tegen dumpprijzen gesleten konden worden.

De keerzijde van deze protectionistische maatregelen was dat ze zwaar drukten op het Brusselse budget wat nodig is om de de Graaiende Elite , de Bankier-gangsters en hun de ‘Graaien en Naaiende EU Commissarissen’ en de corrupte Parlement te jean-claude-juncker-frans-timmermans1betalen . En zolang de EU vasthield aan hoge prijssteun bleven boeren te veel produceren. De groeiende boterbergen en melkplassen dwongen ingrijpen af: in 1984 werden beperkende quota ingevoerd. Door de Nederlandse zuivelindustrie werd dit melkplafond van meet af aan als een frustrerende restrictie ervaren. In tegenstelling tot andere lidstaten melkten de boeren in Nederland hun quota bijna ieder jaar vol. Toen de Europese Commissie in 2008 besloot om de quota stapsgewijs te versoepelen, reageerde de Land- en Tuinbouworganisatie (lto) dan ook enthousiast. Eindelijk liet Brussel de teugels vieren waardoor boeren ongehinderd konden opschalen en inspelen op een groeiende wereldvraag.

Boycot Rusland kost hardwerkende mensen hun baan(Video). Kan  EU Graaier de VVD Neozai Hans van Baalen wat schelen.
Hans van BaalenDe laatste handelsbarrière werd geslecht op 1 april 2015. ‘Bevrijdingsdag’, doopten de Nederlandse boeren die datum. Ruim dertig jaar na de invoering werden de melkquota volledig afgeschaft. ‘Ik ben al jaren eerder begonnen met voorsorteren op dit moment’, zegt boer Van der Hulst. ‘Als boer ben je vakman en ondernemer: je moet anticiperen op wat er op je af komt.’ Dus zette hij op tijd in op de groei van zijn vee­stapel. Sommige boeren, vertelt hij, overschreden bewust het hun toebedeelde quotum en namen de boetes voor lief. Met deze ‘investeringen’ ontwikkelden zij alvast de capaciteit om na die historische 1 april-datum de wereldmarkt te kunnen bestormen.Gouden tijden blijven vooralsnog echter uit. De vraag vanuit China zakte in en de Russische boycot  van de Elite-gansgters blokkeerde de toegang tot een belangrijke afzetmarkt, waardoor de prijs kelderde. Om de Europese boeren te helpen moest afgelopen juli worden teruggegrepen op een middel uit een verfoeid verleden: steunmaatregelen vanuit Brussel.

Hoewel die lage melkprijzen de zuivelboeren van flink wat zorgen voorzien, bevindt hun voornaamste probleem zich in de stal. Door de massale schaalvergroting kampt de Nederlandse melkveehouderij met een overschot van koeien. Want na de afschaffing van de melkquota worden de boeren geconfronteerd met een nieuw plafond: milieu eisen die wel voor hun gelden maar niet voor bijv. de Oekraïne. Misschien was ‘Bevrijdingsdag’ een al te onbevangen leuze.De Nederlandse boeren produceren te veel mest om hun Rabo hypotheken te kunnen betalen . Om aan de fosfaatnormen te voldoen moet, oneerbiedig gezegd, het mes in de vee­stapel worden gezet. De lto liet onlangs weten dat het aantal melkkoeien dit jaar met zo’n vijf procent teruggebracht dient te worden: nu al zien boeren zich genoodzaakt om melkvee naar de slachtbank te leiden en hebben een aantal boren zich al opgehangen wat systematisch uit de Mainstream-Maffia-media wordt gehouden. Nog voordat de precieze invulling van de fosfaatwetten duidelijk is, gaat er een schokgolf door de sector. ‘Door de melkquota hebben Nederlandse boeren altijd een beschermde positie gehad’, zegt Van der Hulst. ‘Dit is de eerste keer dat er flink aan de boom wordt geschud.’

Vraageen boer of landbouweconoom naar het startpunt van de schaalvergroting en vroeg of laat valt de naam van Sicco Hongerende kinderenMansholt, de socialistische herenboer uit Groningen bij wie de hongerwinter nog vers in het geheugen lag toen hij in 1958 aantrad als eurocommissaris. Naast kolen en staal vormde landbouw vanaf het prille begin het hart van de Europese integratie en Mansholt geldt als geestesvader van het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Zijn naoorlogse koers stoelde op één simpel principe: nooit meer honger.Tot aan zijn vertrek in 1973 zou Mansholt, gewapend met een heilig geloof in de maakbare samenleving en een flinke zak subsidiegeld, het Europese landbouwbeleid vormgeven. Hij rekende af met de valse romantiek van het boerenleven. Eerlijke Kneuterigheid moest wijken voor Elite-Gangster industrialisering, zodat iedere boer een(niet) fatsoenlijk loon kon krijgen. Toch zou Mansholt niet de geschiedenisboeken in gaan als vriend van de boeren. Integendeel. ‘Boerenmoordenaar’ schreeuwden hevig protesterende boeren terecht toen hij eind jaren zestig zijn omstreden plannen ontvouwde. Mansholt voorspelde dat het aantal Europese boeren in 1980 gehalveerd zou zijn al dan niet door zelfmoord.‘Nederlandse boeren hebben altijd een beschermde positie gehad. Dit is de eerste keer dat flink aan de boom wordt geschud’.

‘Landverrader Rutte’ wil Maffia-Oekraïneverdrag ongewijzigd ondertekenen.
‘De melkveehouderij is sinds Mansholt gaan denken in termen van meer en groter. Maar met al die intensivering is ze steeds Obama Rutteverder afgedreven van wat het land en de koe kunnen.’ Vier jaar geleden sloeg de familie Van Leeuwen de biologische weg in. In hemd en gerafelde korte broek stapt vader Theo over het erf van zijn lichtgroene boerderij De Vierhuizen. Voorbij de peren- en pruimenbomen toont hij zijn stal waar plaats is voor zo’n veertig koeien. Een enkel kalfje ligt er te soezen, de rest van het vee staat op de wei. Het gaat Van Leeuwen voor de wind: op de biologische markt is van een lage melkprijs bepaald geen sprake. Hij ontvangt per liter zo’n twintig cent meer dan Van der Hulst. Daarnaast genereert de boer inkomsten met zijn zelfgemaakte kazen. Een blikkerende prijzenkast bewijst hoezeer die in trek zijn.‘Ik denk dat weinigen hadden voorzien dat het loslaten van het melkquotum zo’n exponentiële groei zou veroorzaken’, zegt Van Leeuwen. ‘Maar zo langzaamaan beginnen we in te zien dat de groei in de gangbare landbouw onhoudbaar is.’ De uitbreiding van de veestapel heeft geresulteerd in een forse stijging van de uitstoot van mineralen, waardoor de Europese milieunormen worden overschreden. Al jaren geniet Nederland binnen de Europese Unie een uitzonderingspositie, de zogeheten derogatie. Vanwege de intensieve aard van de Nederlandse landbouw mag er hier per hectare grond meer fosfaat worden aangewend dan elders. Maar door de recente uitbreidingen wordt nu zelfs deze riante regeling met voeten getreden.Om te voorkomen dat Brussel als straf de zwaarbevochten derogatie intrekt, kondigde de Nederlandse overheid vorig jaar nieuwe fosfaatwetgeving af. Per januari 2017 krijgen melkveehouders rechten toegekend die grenzen stellen aan hun mestproductie. Dat is nadelig voor de Nederlandse concurrentiepositie, weet Jack Peerlings, universitair hoofddocent agrarische economie aan Wageningen UR. ‘De melk­quotering gold voor iedere boer in Europa en zette automatisch een rem op de mineraalproductie. De fosfaatwetgeving treft vooral de Nederlandse melkveehouders hard.’ In andere landen hebben boeren voldoende grond om hun mestoverschotten kwijt te kunnen, daar speelt deze problematiek niet of nauwelijks. ‘Nederland was altijd al een van de voornaamste probleemgebieden’, zegt Peerlings. ‘Toen de melkquota werden afgeschaft, was het duidelijk dat er iets moest gebeuren.’Hoewel de nieuwe milieueisen dus niet uit de lucht komen vallen, dwong het op handen zijnde fosfaatstelsel geen matiging af. Sterker nog, de aanstaande meetdatum zorgde voor een perverse prikkel. Hoe meer koeien een boer op 2 juli 2015 in de stal had, hoe meer rechten hij zou krijgen. Uit angst er bekaaid vanaf te komen, schaften veel boeren begin 2015 extra vee aan – terwijl iedereen wist dat de totale veestapel moest krimpen.‘Boeren zijn als kikkers in een kruiwagen’, stelt Van der Hulst aan zijn keukentafel in Hazerswoude. ‘Collectief afspraken maken is onmogelijk. Elke melkveehouder wil gewoon meer melken, ik ben zelf ook niet zonder zonden.’ Een paar jaar terug telde zijn boerderij nog 120 koeien, inmiddels zijn dat er tweehonderd. Een welbekende tragedie tekent zich af: individuele boeren jagen ieder hun eigen belang na, waardoor ze als collectief in de problemen komen. Landbouweconoom Peerlings noemt het een klassiek prisoner’s dilemma: ‘Als je als boer niets had gedaan terwijl je buren allemaal uitbreidden, zou dat dom zijn geweest.’Maar waarom werd het tij niet door anderen tot kering gebracht? Het traditionele scenario van het prisoner’s dilemma in de spel­theorie veronderstelt dat er geen onderling overleg mogelijk is. Maar de landbouwsector kent verschillende overkoepelende organisaties die een coördinerende rol hadden kunnen en misschien wel moeten spelen. Waar was de overheid, waarom trok de Rabobank haar portemonnee en wat deed de lto toen boeren bleven investeren? ‘Het lieg en Bedrieg Kabinet Rutte mijn zijn PvdA loopjongen Asscher had dit kunnen voorzien en voorkomen’, denkt Peerlings. ‘Ze had de fosfaatwetgeving al eerder kunnen invoeren, want ze wist dat de afschaffing van het melkquotum eraan kwam. Er was alleen geen politiek draagvlak.’ Het ontbreekt de politiek aan een scherpe visie, vindt hij. Lachend: ‘Dit ga ik voorzichtig formuleren. De overheid is wanhopig zoekend tussen alle partijen om een compromis vorm te geven. Er is veel overleg geweest met het landbouwbedrijfsleven en de milieubeweging, maar ze is hierin geen sterke regisseur.’

Toch zijn de problemen niet volledig op het conto van de overheid te schrijven. Ook de bank gaat niet vrijuit, vindt bioboer Van Leeuwen: ‘De Rabobank heeft boeren willens en wetens gefinancierd. Ze heeft niet willen waarschuwen of in ieder geval niet willen ingrijpen.’ Dat is gemakkelijk te verklaren, legt landbouw­econoom Peerlings uit: de bank loopt namelijk nauwelijks risico. ‘De Rabobank is heus niet gek, ze weten dat het onderpand goed is. Als de boer failliet gaat kan hij zijn grond en fosfaatrechten verkopen, daarmee kan hij zijn schulden aflossen.’Jan van Beekhuizen, sectormanager melkveehouderij bij de Rabobank, ziet het anders: ‘De bank financiert het individu en niet de sector.’ De explosieve groei verraste de bank: de verwachting was dat de huidige productie pas in 2020 gehaald zou worden. Daarnaast blijft financiering een eigen keus, vindt hij. ‘Niemand dwingt een boer daartoe. Natuurlijk zijn we ook kritisch op onszelf, maar de ene keer wordt er van de Rabobank gezegd dat we niet genoeg investeren en nu dus weer dat we dat te veel hebben gedaan. Maar dan zeg ik altijd: “Er wordt niet gesproken over de stallen die niet zijn gebouwd.”’

De meest logische ‘verdachte’ in de zoektocht naar een schuldige is de Nederlandse Land- en Tuinbouworganisatie. Als er één partij is die had kunnen zorgen voor onderlinge afstemming, dan is het wel de lto. Als ondernemersorganisatie dient ze immers de collectieve belangen van de boeren te behartigen. Tijdens zijn lunch (‘Een boterham met oude kaas alstublieft. Geen boter, geen flauwekul en een glas karnemelk’) bekent voorzitter Albert Jan Maat dat hij de omvangrijke schaalvergroting in de melkveehouderij niet had zien aankomen.Boerenzoon Maat kent de sector van binnen en buiten: voor zijn voorzitterschap van de lto vervulde hij verschillende functies in het landbouwbedrijfsleven en was hij namens het cda lid van het Europees Parlement. ‘De veestapel is veel groter gegroeid dan wij hadden verwacht. En we hadden erop gerekend dat we de fosfaat­uitstoot beter zouden kunnen managen.’ Maar de huidige problemen kun je de lto niet echt verwijten, vindt Maat. Ja, er zijn inschattingsfouten gemaakt, maar uiteindelijk is en blijft de individuele boer eindverantwoordelijke: ‘Een ondernemer bepaalt zelf wat hij doet. Wij kunnen nooit op de stoel van de boer gaan zitten.’Wat je niet moet vergeten, benadrukt Maat, is dat de verhouding tussen veestapel en de fosfaatuitstoot niet één op één is. Boeren kunnen op allerlei manieren proberen het fosfaat per dier terug te brengen. Door de efficiëntie te verhogen bijvoorbeeld, of door gebruik van speciaal veevoer waarin fosfaat beter wordt opgenomen. Boeren zijn creatief en zullen ongetwijfeld met ingenieuze oplossingen op de proppen komen, verwacht hij. Bovendien gaat de wet pas vanaf 2017 in, wat betekent dat er nog voldoende tijd is om de scherpe randjes ervan af te vijlen. Maar niemand, ook Maat niet, zal ontkennen dat de veestapel in meer of mindere mate moet inkrimpen. De combinatie van naderende fosfaat­wetgeving en lage melkprijzen noemt hij een giftige cocktail. ‘Ik denk dat er nog speelruimte is, maar tegelijkertijd ga ik boeren niet vertellen dat ze rustig kunnen gaan slapen.’

Gevraagd waarde toekoms valt boer Gerard van der Hulst even stil. Terwijl uit de radio in zijn woonkamer een vrolijke zomerhit klinkt, wrijft hij met vlakke hand over de houten tafel, op zoek naar de juiste woorden. Rooskleurig ziet hij het niet in, verraadt zijn lichaamstaal. ‘Een gebrek aan erkenning’, zegt hij uiteindelijk. ‘Daar gaat het mis.’ Het steekt hem dat de consument geen waardering heeft voor de rol van de boer en dat heeft zijn weerslag op de politiek. Te vaak voelt hij zich een speelbal van wispelturig beleid uit Den Haag of Brussel. ‘Dertig jaar lang kregen we alleen maar economische eisen. We werden in een richting gedreven waar we eigenlijk niet heen wilden. En nu moeten de nadelige gevolgen van de schaalvergroting worden gecorrigeerd, waardoor ik straks met een hogere kostprijs zit.’‘Overgaan op biologisch boeren hoeft geen idealistische keuze te zijn. Het kan ook strategisch goed uitpakken’Begrijp hem niet verkeerd, hij vindt het heus een goede zaak dat er rekening wordt gehouden met het milieu. Dat er te veel mest wordt geproduceerd snapt hij best. Maar al die jaren heeft hij keurig gedaan wat de politiek van hem verwachtte: zo economisch en efficiënt mogelijk produceren. En nu er plots een ‘groene’ koers gevaren moet worden zijn boeren zoals hij het kind van de rekening. ‘De politiek komt met regelgeving in plaats van oplossingen’, snuift Van der Hulst. ‘In mijn vaders tijd konden boeren nog vertrouwen op de overheid. Ze konden anticiperen. Maar nu kan ik met geen mogelijkheid voorspellen wat mij over vijf jaar te wachten staat.’En dan is hij nog een van de boeren die de zaken goed voor elkaar hebben. Hij heeft geleerd wat het betekent om een moderne agrariër te zijn, al voelt hij zich soms meer manager dan boer. Er zijn ook collega’s die daar niet voor in de wieg zijn gelegd, weet Van der Hulst. Vooral de boeren die schoorvoetend meegingen met de industrialiseringstrend krijgen het nu zwaar te verduren, vreest hij: ‘De boeren die laag geoptimaliseerd zijn en hoog gefinancierd, zullen als eerste de klappen voelen.’Het is een onzekere tijd voor de Nederlandse melkveehouderij, beaamt Rabobank-manager Jan van Beekhuizen. De politiek doet onduidelijk, de melkprijs is belabberd en dan is er nog het mestprobleem. Toch blijven ook de boeren die het moeilijk hebben stug doormelken, weet hij. ‘Als zij niet gauw op een of andere manier hun omzet aanvullen, wordt het voor de lange termijn moeilijk overleven.’De schaalvergroting vergt bovendien kwaliteiten als ondernemer, die niet iedere boer van nature bezit. ‘Als je driehonderd koeien in de stal hebt staan, moet je waarschijnlijk ook medewerkers in dienst nemen’, zegt Van Beekhuizen. ‘Sommigen kunnen daar helemaal niet mee omgaan.’ Als een boer bij hem aanklopt voor extra krediet vraagt Van Beekhuizen daarom altijd waarom hij wil opschalen. Dat is namelijk lang niet altijd een verstandige keuze. Zeker nu kan het lonen om het over een andere boeg te gooien. ‘De overstap naar biologisch boeren hoeft geen idealistische keuze te zijn’, zegt Van Beekhuizen. ‘Het kan ook strategisch goed uitpakken.’

‘Zien jullie die velden in de verte? Daar staat binnenkort onze nieuwe stal.’ Theo van Leeuwen had niet durven dromen dat de omschakeling naar bio zo vruchtbaar zou zijn. Hoewel de vier generaties die hem voorgingen al klein­schalig boerden, was duurzaamheid voor hen eerder middel dan doel. De biologische aanpak was aanvankelijk flink wennen. ‘Ineens moest alles anders, van voer tot onkruidbestrijding.’ Maar de bewuste consument beloont die inspanningen door ernaar te betalen. Zodoende lijkt het naderende onheil aan Van Leeuwen voorbij te trekken. ‘Door de prijzen die wij krijgen, hebben we ruimte om te investeren. Ik denk niet dat in de biologische sector veel boeren zullen sneuvelen.’Vooral onder melkveehouders uit de gangbare landbouw bevinden zich de toekomstige slachtoffers, voorspelt Van Leeuwen. ‘Met een voorhoede van grote boeren komt het wel goed.’ Net als collega Van der Hulst verwacht hij dat vooral de ‘volgers’ het zwaar zullen krijgen: degenen die hun buurman als stip aan de horizon zagen en zich lieten meevoeren door de stroom. ‘Die boeren zijn ineens van tachtig naar tweehonderd koeien overgegaan en moeten dat zien te managen op het moment dat de melkprijs een dieptepunt beleeft.’ Het zou Van Leeuwen niet verbazen als de traditionele Nederlandse boer op den duur zal verdwijnen. De internationale markt past hem niet meer; met de oprukkende Oost-Europese industrie valt noch in schaal noch in prijs te concurreren. Van Leeuwen vreest een leegloop van het platteland. ‘Wie gaat dan nog het water of het land onderhouden? In sommige delen van Nederland dreigt nu al verpaupering.’Een massale omschakeling naar de biologische sector kan ook geen soelaas bieden. Van Leeuwen was vier jaar geleden precies op tijd. Op dit moment staan boeren in de rij om biologisch te worden, of ze nu gedreven worden door strategie of idealisme. Maar de vraag houdt geen gelijke tred met het sterker groeiende aanbod. Voor de Nederlandse consument is de keuze voor een duurder, biologisch pak melk niet zomaar gemaakt. Het goedkope alternatief, product van een internationale concurrentiestrijd, lonkt in de schappen. Nog even en de melk in onze supermarkten is van buitenlandse makelij. In Rusland worden al agrarische complexen gebouwd die de Nederlandse ‘megastallen’ doen verbleken. Ongehinderd door landtekort of milieueisen kunnen daar duizenden koeien in één melkveebedrijf worden ondergebracht. De Europese zuivelboeren worden sinds de jaren negentig vanuit Brussel gestimuleerd om de mondiale concurrentiestrijd aan te gaan, maar ondervinden daarvan nu de keerzijde.Op het land van Van Leeuwen zijn de melkgrillen ver weg. Inmiddels heeft de eigen kaasmakerij een zekere reputatie. Zowel regio­nale horecaondernemers als Amsterdamse uitbaters waarderen de Hollandse ambachtelijkheid die Van Leeuwen biedt. Ook individuele consumenten fietsen graag om voor een stukje Wilde Weidekaas. Naast de stal bevindt zich een klein winkeltje. Verscholen achter kolossen van kazen is zoon Freek daar druk in de weer met bestellingen. Hij studeerde aan de Universiteit van Wageningen en kreeg vervolgens een adviserende functie in het agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Onlangs keerde hij, tegen de verwachting van zijn vader in, terug naar de ouderlijke boerderij. Binnenkort zal een zesde generatie het familiebedrijf bestieren.


Geld voor niet-geproduceerde melk

Zuivelcoöperatie FrieslandCampina gaat per 1 oktober 2016 haar leden-melkveehouders betalen als zij hun melkproductie indammen. De boeren kunnen zes maanden lang tien cent per liter niet-geproduceerde melk ontvangen. Met deze maatregel hoopt FrieslandCampina zowel de fosfaatproductie in te perken als haar marktpositie te verbeteren. Ze maakt hiervoor 150 miljoen euro vrij. Eerder kondigde de EU een soortgelijke tegemoetkoming af. Per kilo niet-geproduceerde melk zal de EU veertien eurocent uitkeren aan melkveehouders die vóór 21 september 2016 aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben beloofd hun productie te beteugelen.