(door Klaas Jol)

AMSTERDAM-NOIR-Het leven als Zeesoldaat was eigenlijk al meteen een sprong Klaas Jolin het diepe.
Nooit zal meer een Jol dit Moederland dienen.
We willen er zelfs niet meer wonen.
Maar Scheveningen blijft ons Vaderdorp.
En Urk mijn thuis.De Lage Landen zijn te diep verzonken in het slijk der aarde en de vloed zal komen.
Maar gelukkig zijn mijn oude maten en ik dan al lang Boven.
Eindconclusie na 1105 inzendingen op deze geweldige informatieve website over het reilen en zeilen van de staat ( Defensie) met de zwaar invalide en zieke skistokoverlever Klaas Jol, oud-marinier en oudere broer van de misschien wel beste voetbalcoach van Nederland.
Het moreel van de Overste Jol was bij leven onverwoestbaar en werd daarna legendarisch.
Er komen nog 96 columns Jol tot aan zijn Eerherstel Overste Jol. Daarna gaat hij zijn bestsellers schrijven ver buiten het verdorven moederland in een nieuw Vaderland Noorwegennabij het Haukeland Universiteit Hospitaal Helse Bergen, waar op 14 en 15 december 1978 zijn leven werd gered en de skistok uit zijn lichaam werd verwijderd. Natuurlijk bleef hij maximaal invalide en dat wisten ook zijn marineartsen Gerard Wilhelmy Damsté en afkeuringsarts Hein Cats. Maar desondanks lieten zij met het grootste gemak zonder tegenwerking van de misschien wel meest beschaafde en beste hoofdofficier der mariniers ooit aan de haaien voeren.

Het afscheid nadert met rasse schreden.
Maar nog één keer zal ik het daags blauw dragen en dat zal zijn op mijn afscheidsreceptie, die ik nog tegoed had in de Van Ghentkazerne als Eerste Officier.
Ik ben op 24 oktober 1982 van daaruit weer naar Overveen gebracht om te “herstellen”.
Echter met 100 procent schadeletsel van de skistok alleen al van 14 december 1978 zat dat er toen ook al lang niet meer in.
Chirurg Wiekmeijer had mij met zijn grove medische fouten de dolkstoot in de buik en rug gegeven en daardoor ben ik langzaam geestelijk nog meer getraumatiseerd en verkreeg ik uiteindelijk een dodelijke depressie.
Maar er bleef er toch EEN die mij bleef bewaren en nu mogen mijn mij trouw gebleven mariniers mijn kroon uitdragen.

De grootste levensles voor elke marinier aan het front is bidden tot God om hem te bewaren.
Dat heeft mijn moeder mij geleerd.
En daarom mocht ik nog zo lang blijven tot de holle skistok echt leeg was.

Ik ben op het goede strand geboren, maar in een verkeerd land geland.
Heb daarom ook nooit geroepen “Ben ick van Duitschen Bloed”.
Of “De Koning van Hispanje heb ick altijd geëerd”.

Ik zeg geen dingen , die niet waar zijn!
Wel “Zo Waarlijk helpe mij God almachtig”.

Ik ben gelukkig, dat ik nog zo lang mocht blijven uitzien naar een beter leven.
Ook al was mijn gezondheid volledig verwoest en mijn mooie carrière tot staan gekomen na het noodlottig skiongeval met kort daarop het voor mij nog meer beschadigende “Dodentransport” naar het beschamende Marine Hospitaal te Overveen.
Gelukkig hoef ik mijn ongelovige moordenaars Wiekmeijer, Wilhelmy D. en Heintje Charley nooit meer tegen te komen.
Anders blaast Hij ons aller Kerstlichtje uit!