(door Steve Brown)

Pieter van RegterenPer mail en per gewone post

Open brief: Deken P.N. van Regteren Altena bralt met list en bedrog alles wat krom is aan Mr. Groenendaal recht.

Rechtsgeleerde Paul Scholten : Wie hetzelfde anders zegt, zegt iets anders. 

Amsterdam, d.d. 6 oktober 2014

Geachte Heer P. N. Van Regteren Altena , mevr. Y.H. Heslinga,

Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 2 oktober 2014 in antwoord op de klacht van S. Brown: “Is Mr. Jurrian Groenendaal wel goed bij zijn hoofd” tegen Mr. Groendendaal bericht ik u als volgt met gepaste woede:

Ten eerste kan ik u laten weten dat uw schrijven leest als ter kwader trouw handelen(weten dat je iets weet, maar het niet willen weten.), temeer u als Deken en uw stafmedewerkster best in staat zijn een simpele heldere klacht van Brown naar behoren te lezen en te begrijpen. U schend daarmee alle fatsoensnormen in deze. Overigens had ik een dergelijk drog-antwoord al verwacht, gezien het feit dat Groenendaal na eerst geëist te hebben dat Brown binnen vijf dagen het gelaakte artikel moest verwijderen en per omgaande een schadevergoeding van €5000,- moest betalen, anders zou hij Brown direct in rechte betrekken. En nadien toen twee en een halve maand stil beef zitten als advocaat. Groenendaal  kwam toen met een opzettelijk ‘Afpers-overal dagvaarding’ in de vakantie tijd, die niet zou misstaan bij/van de Italiaanse Maffia. Ik vermoed dan ook dat Groenendaal (heimelijk ) contact heeft gehad met de Deken en/of Stafmedewerkers in deze, al dan niet formeel en/of informeel. Of is dat privé?

Is Mr. Goenendaal (privé) in collusie met de Deken en/of de Stafmedewerkers.
Mr. Groenendaal
Mijn vraag is dan ook in het licht van hetgeen hiervoor gesteld heeft de Deken en/of een stafmedewerkers voorafgaande aan deze klacht van S. Brown kontakt gehad met Groenendaal ter zake ?
Hoe het ook zij het antwoord d.d. 2 oktober 2014 van de Deken leest als een klassiek voorbeeld dat de rijen zich sluiten van bepaalde corrupte advocatuur kennelijk ten einde de huidige (verrotte) status quo te handhaven, zoals beschreven in de CLS, ( zie Noot) u kennelijk niet bekend.

Ik acht uw handelswijze dan ook onrechtmatige in deze jegens Brown en de zijne. Of is dat privé?


Het is Brown die niet goed bij zijn hoofd is volgens de Deken P.N. van Regteren Altena
en Groenendaal is onschuldige en een prima advocaat.
Kennelijk is er in het geheel geen sprake van belangenverstrengeling en/of corruptie en/of juridische stalking en/of misbruik van recht en/of opzettelijke misleiding van de rechtbank van de zijde van Groenendaal blijkens uw antwoord d.d. 2 oktober 2013.
Het is Brown die niet goed bij zijn hoofd is blijkens het antwoord van de Deken d.d. 2 oktober 2014 en Brown ervaart en constateert kennelijk allerlei waanideeën inzake Mr Groenendaal zijn keurige, integere gedragingen als advocaat jegens hem.
Het is Brown die zich schuldige maakt aan wan en misdadig gedrag jegens de keurige advocaat Mr. Groenendaal nog wel in privé persoon blijkens de strekking en conclusie in uw schrijven d.d. 2 oktober 2014.

Brown wordt naar aanleiding van zijn klacht tegen Mr Groendendaal c.s. zwaar beledigd door de Deken P.N. van Regteren Altena en oneigenlijk onthouden van zijn klacht recht bij Orde van advocaten.
Brown acht het antwoord van de Deken een belediging voor zijn gezonde boerenverstand en de integere advocatuur en het Recht. En een getuigenis van totale minachting voor de waarheid en de feiten en omstandigheden ter zake van de zijde van de Deken. Of is dat ook privé ?

De Deken kan en wil kennelijk een klip en klaar heldere klacht niet begrijpen en Al wat krom is aan Mr. Groendendaal schijnbaar recht praten.
De drog en cirkel redenering van de Deken heeft kennelijk als doel een zeer ernstige en heldere klacht te laten doodbloedden in de sfeer van de Slager keurt zijn eigen waar. U bevestigd hiermee de algemene opvatting dat de advocatuur op de goede niet te na gesproken verrot is tot op het bot. U bent in die zin een sieraad van het Tuig in “ Zwarte Toga” !

Brown beklaagt zich over het feit dat Groenendaal een strafklacht tegen Brown ( prod5 ) als advocaat voegt in een civiele procedure Peter van den Elzen tegen Brown. En op grond van een onrechtmatige afpers-overal- dagvaarding’ ten einde een verstek veroordeling te verkrijgen middels list en bedrog. Is dat privé?
U stelt de klacht te lezen als zijnde tegen het feit dat Mr. Groenendaal als privé persoon een valse strafklacht heeft ingediend bij het OM tegen S. Brown wegens (privé) bedreiging. U stelt dat hij die klacht niet heeft gedaan in zijn hoedaningheid als advocaat, maar als privé persoon. Wat op zich al ronduit aantoonbare lariekoek is en bovendien kwaadaardig, want met uw antwoord suggereert u geheel ten onrechte dat Brown in de privé sfeer de facto niet goed bij zijn hoofd zijnde Groenendaal zou bedreigen. Brown zou privé niet eens dood gevonden willen worden bij zo’n walgelijk, normloos gewetenloos figuur als Groenendaal.

Groenendaal valt Brown aan in aanwezigheid van getuigen op de Rechtbank Amsterdam. Is dat privé.
U gaat voorbij aan het feit dat Groenendaal die valse klacht heeft gedaan op basis van het feit dat hij Brown als advocaat in Toga in de Rechtbank te Amsterdam aanviel en op de borst sloeg, maar dat terzijde.

List en bedrog is de norm bij de Deken m.b.t het afwimpelen van de klacht van Brown.
U gaat voorbij aan het feit dat hij als advocaat ten tijde van de rechtszaak gangstersletje Tesselaar /’Maffia de Vries’ tegen Brown ten over staan van drie rechters als advocaat stelde geen aangifte te gaan doen ter zake, omdat Brown anders de beveiligingsbeelden zou gaan op eisen van de Rechtbank. En daarnaast de drie parketwachters en Mr P. van der Laar en andere aanwezige personen als getuigen te gaan oproepen. En Brown terstond bij een Officier van justitie Rechtbank te Amsterdam en/of de politie aangifte zou gaan doen tegen Groenendaal, maar dat terzijde. Later heeft de aartsleugenaar en gluiperd dus alsnog wel aangifte gedaan kennelijk bij een ‘bevriende’ Officier van Justitie OvJ. A.C. Bennis.
Maar goed op het voorgaande ter zake de aanval van Groenendaal als advocaat in toga richt de klacht van Brown zich niet eens op. U interpreteert de klacht kennelijk opzettelijk als een louche corrupte advocaat, die in een cirkel redenering alleen die elementen/onderdelen ( ook nog opzettelijk onvolledig ) uit de klacht haalt die Mr. Groenendaal in strijd met de feiten ter zake buiten een klachtenprocedure kan houden volgens u.

Hetgeen ik hierna ga schrijven staat al in de klacht , maar ik zal de hoofdpunten voor u en de uwe nog een keer herhalen :

1.Groenendaal voegt ( onder Prod no:5) in zijn hoedanigheid als advocaat een valse strafklacht tegen Brown die niets van doen heeft met de procedure tegen Brown.
Hij doet dat ook nog eens een keer opzettelijk onvolledig. Hij laat namelijk weg dat de strafklacht van Groenendaal tegen Brown tot niets heeft geleid in deze. U doet overigens hetzelfde in uw schrijven d.d. 2 oktober 2014 en laat ook weg dat zijn valse klacht tot niets heeft geleid en niet is betaald! M.a.w. Brown is onschuldig en Groenendaal heeft een valse aangifte gedaan ter zake. Groenendaal voegt die strafklacht tegen Brown in zijn hoedanigheid als advocaat van de wederpartij  tegen Brown. Dat is u als Deken en een door de wol geverfde sluwe partner Van Doorne  kennelijk allemaal ontgaan in de betreffende klacht. U maakt wat zwart is middels een infantiele cirkel redenering wit. U bent daarmee een aanfluiting van de Orde van advocaten van Amsterdam en het extreem dure advocatenkantoor van Doorne en het Recht en de advocatuur.

2.Groenendaal heeft opzettelijk de dagvaarding tegen Brown in zijn hoedanigheid van advocaat op een bepaalde onrechtmatige wijze met opzettelijke list en bedrog uitgebracht met de kwade opzet Brown per verstek te laten veroordelen. Is dat privé?

3.Door de betreffende strafklacht onvolledig te voegen als prod 5 in zijn hoedanigheid als advocaat in de zaak tegen Brown maakt Groenendaal zich schuldig aan het opzettelijk geven van een valse voorstelling van zaken. Is dat privé?

Tot Slot: De Kern van de klacht is dat Groenendaal als advocaat een volgens de Deken privé strafklacht tegen Brown gevoegd heeft in  een civiele openbare zaak  als advocaat  tegen Brown en alleen al daarom is die klacht niet meer privé !

Ik verzoek u in het licht van uw schrijven d.d. 2 oktober 2014  en hetgeen hiervoor gesteld de klacht van S. Brown door te sturen aan een andere Orde van advocaten arrondissement, dan die van Amsterdam en/of anders onverwijld door te sturen naar de Tuchtrechter.

Ik begrijp heus wel dat bepaalde klachten, zoals die van Brown kansloos zijn bij de huidige Deken en dus de Orde van advocaten van Amsterdam, maar voor de record van bijv. Rechts- Geschiedenis of anderszins sta ik er op dat deze klacht per omgaande dus toch doorgestuurd wordt naar de Tuchtrechter.

Hoogachtend.

Ing S.K.A. Brown

CC: Mr. P. van der Laar

Noot:

Critical Legal Studies Movement.
A self-conscious group of legal scholars founded the Conference on Critical Legal Studies (CLS) in 1977. Most of them had been law students in the 1960s and early 1970s, and had been involved with the civil rights movement, Vietnam protests, and the political and cultural challenges to authority that characterized that period. These events seemed to contradict the assumption that American law was fundamentally just and the product of historical progress; instead, law seemed a game heavily loaded to favor the wealthy and powerful. But these events also suggested that grassroots activists and lawyers could produce social change.

Fundamentally convinced that law and politics could not be separated, the founders of CLS found a yawning absence at the level of theory. How could law be so tilted to favor the powerful, given the prevailing explanations of law as either democratically chosen or the result of impartial judicial reasoning from neutral principles? Yet how could law be a tool for social change, in the face of Marxist explanations of law as mere epiphenomenal outgrowths of the interests of the powerful?

Hosting annual conferences and workshops between 1977 and 1992, CLS scholars and those they have influenced try to explain both why legal principles and doctrines do not yield determinate answers to specific disputes and how legal decisions reflect cultural and political values that shift over time. They focused from the start on the ways that law contributed to illegitimate social hierarchies, producing domination of women by men, nonwhites by whites, and the poor by the wealthy. They claim that apparently neutral language and institutions, operated through law, mask relationships of power and control. The emphasis on individualism within the law similarly hides patterns of power relationships while making it more difficult to summon up a sense of community and human interconnection. Joining in their assault on these dimensions of law, CLS scholars have differed considerably in their particular methods and views.

Many who identify with the critical legal studies movement resist or reject efforts to systematize their own work. They seek to express claims of textual ambiguity and historical contingency in their own methods. Influenced by post-modernist developments in cultural studies, these critical scholars prefer episodic interventions to systematized theories. Some critical scholars press hard on a particular line of argument, and then shift away from it in order to avoid treating the argument itself as a kind of fetish or talisman.

Some critical scholars adapt ideas drawn from Marxist and socialist theories to demonstrate how economic power relationships influence legal practices and consciousness. For others, the Frankfurt School of Critical Theory and its attention to the construction of cultural and psycho-social meanings are central to explaining how law uses mechanisms of denial and legitimation. Still others find resonance with postmodernist sensibilities and deconstruction, notably illustrated in literary and architectural works. Some scholars emphasize the importance of narratives and stories in devising critical alternatives to prevailing legal practices. Many critical legal scholars draw upon intellectual currents in literature, pop culture, social theory, history, and other fields to challenge the idea of the individual as a stable, coherent self, capable of universal reason and guided by general laws of nature. In contrast, argue critical scholars, individuals are constituted by complex and completing sources of ideology, social practice, and power relationships. (Bron: http://cyber.law.harvard.edu/bridge/CriticalTheory/critical2.htm)