Minister Plasterk is ‘Mister-Leugen’ van het “Rechts-Links-kabinet”.

Ronald PlasterkAmsterdam-Noir- Ronald Plasterk genereert meer publiciteit  in de pulp-media dan de hele rest van het kabinet bij elkaar. Maar concrete plannen… , wel een waterval aan Keiharde leugens.

In het vierde kabinet-Balkenende droeg Ronald Plasterk met trots de bijnaam Minister van Feesten en Partijen. Geen Boekenbal, diner in een museum of uitreiking van een lintje aan een jarige Indorocker was hem te veel.

Het leek alsof de flamboyante bewindsman de portefeuilles Onderwijs, Wetenschap en Emancipatie er in zijn vrije tijd nog even bijdeed. Hij zelf kon volhouden dat er nou eenmaal heel veel onderwerpen onder hem vielen.

In Rutte II ligt dat anders. Plasterk staat aan het hoofd van een uitgekleed ministerie van Binnenlandse Zaken: Ivo Opstelten is verantwoordelijk voor de politie, het integratiebeleid verhuisde naar Lodewijk Asscher, de woningmarkt naar Stef Blok. Van de portefeuille van Donner en Spies zijn nog alleen het binnenlands bestuur, de arbeidsvoorwaarden van het overheidspersoneel, de AIVD en de Antillen over. Best knap van Plasterk dat hij desondanks meer publiciteit genereert dan de hele rest van het kabinet bij elkaar. Pauw en Witteman interviewen hem over de aanpak van de topsalarissen. Plasterk brengt een kennismakingsbezoek aan Curaçao en de radio doet er verslag van. Plasterk is op mission d’ amour naar Noord-Holland, Flevoland en Utrecht en een sliert cameraploegen volgt hem.

Maar wie een kleine portefeuille heeft moet af en toe iets extra’s doen om op te vallen. Half januari stuurde Plasterk samen met Opstelten een brief aan de Tweede Kamer over de agressie tegen ambulancemedewerkers, brandweermannen en bus- en trambestuurders. Een stevig lik-op-stukbeleid was nodig tegen Volkse kruimel Crimineeltjes (over de Elite en Bankier-Gangsters horen wij nooit iets van deze Grachtengordel parasiet), oordeelden de ministers. In een interview met De Telegraaf ging Plasterk stukken verder: de oorzaken van het geweld moesten worden aangepakt, vaders en moeders verzaakten hun ouderlijke taak, de sociaaldemocraat riep op tot een ‘fatsoensoffensief’ bij de opvoeding van kinderen. Helaas stond dat niet in de brief aan de Kamer. Geen wonder, want opvoeding valt onder Bussemaker en Dekker van Onderwijs en niet onder de minister van BZK.

Tijdens een overleg over het geweld tegen overheidsmedewerkers gaf de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken Plasterk onderuit de zak. Ronald van Raak van de SP wilde behalve de brief van de ministers ook het Telegraaf-interview bespreken. Gerard Schouw van D66 werd liever niet via de media met de voornemens van Plasterk geconfronteerd. Madeleine van Toorenburg van het CDA evenmin. ‘De Kamer is niet onverdeeld gelukkig met de wijze waarop deze informatie openbaar is geworden’, concludeerde vergadervoorzitter Joost Taverne streng.

Plasterk gaf toe dat het pleidooi voor een fatsoensoffensief ‘strikt genomen’ niet tot zijn portefeuille behoorde. Maar je moest ‘als burger, mens en bestuurder’ niet bang zijn de ontwikkelingen in een bredere context te plaatsen. En de media vormden daarvoor het ‘aangewezen instrument’.

In de trein uit Den Haag kwam ik Van Raak tegen. Het zat hem nog steeds hoog dat Plasterk losse flodders afvuurde en vervolgens geen concreet plan bij de Kamer indiende. Een minister was er niet om de kranten te vullen maar om problemen op te lossen, vond hij. Als het kabinet de kinderopvoeding zo belangrijk vond, waarom werd er dan bezuinigd op de jeugdzorg? Daar had hij Plasterk niet over gehoord.

De SP heeft een punt.
Met de public relations van Ronald Plasterk zit het wel goed maar zal hij op Binnenlandse Zaken niet de geschiedenis in gaan als de minister van Loze Praatjes en de keiharde leugens?
Door Max van Weezel