door Folkert Jensma en bewerkt door de Volks-Noir waarheid commissie.

“Het “Zwarte Tuig in Toga” wordt wel erg voorspelbaar als het gaat om hun eigen soort. Wij berichte reeds in ons eerste artikel dat deze Cum Laude gangsterin zich niet zo maar heeft gemeld bij de politie: “Zij meldde zich afgelopen maandag zelf bij de politie in haar woonplaats Soesterberg na exlusief overleg met haar Hoog geplaatste Freunden bij justitie en de overheid en verzocht gelijk om een privé suite en een persoonlijke butler.”
Bron: Volksnieuws uit Amsterdam-Noir.

Heeft de wal het corrupte schip (gekeerd of is het al te laat? De advocatuur heeft het een beetje benauwd dezer dagen. Sinds februari vorig jaar dreigt er een wetsvoorstel dat feitelijk de advocatuur onder staatstoezicht plaatst. VVD-Staatssecretaris ‘Big Head Teeven’ van de ‘VVD-misdaadgroep’ wil een ‘college van toezicht’ bestaande uit niet-advocaten, dat desgewenst in de dossiers van klanten kan meekijken. Hij overweegt Mr. Bramela de voorzitter te maken van dat Media-pulp-college te maken, zodat als er iets smeuïgs bij zit dat gelijk ten gelde kan worden gemaakt bij de Riool-nicht Albert Verlinden.

Dat is een barst in het beroepsgeheim. De Orde van Advocaten schoot onmiddellijk met scherp. Een ‘bedreiging voor de rechtsstaat’. ‘Principieel’ en ‘rechtstatelijk’ onjuist. De advocatuur komt ‘in de greep van de overheid’. Geheimhouding is niet meer gewaarborgd. De burger zal nooit meer zijn diepste problemen kunnen delen met een adviseur die principieel zijn partij kiest. De laatste reddingsboei lek geprikt, voor wie echt tegen de Staat moet worden beschermd. Spinnijdig was de advocatuur. Menigeen suggereerde dat oud-officier ‘Big Head Teeven’ hier een rekeningetje uit de rechtszaal vereffende.

Het regent incidenten en de Deken ontdekt ‘kwaliteitsmijders’ in de eigen kring

De publieke respons op het advocatenopstandje was daarna zo lauw dat ik me afvroeg of de advocatuur maatschappelijk nog wel gezag heeft. Wordt de balie nog gezien als pijler van de rechtsstaat? Dat het publiek strafadvocaten vereenzelvigt met de dubieuze cliënten die ze vertegenwoordigen is een misverstand waar ik niet onder lijd. Maar voor het slechte daglicht waarin ontspoorde advocaten regelmatig hun beroepsgroep plaatsen, kan niemand blind zijn.

Gangster praktijken Zwarte Tuig in Toga.
Mr. Groendaal en Mr. Kaaks en gerechtsdeurwaarder Arthur Spaargaren verdachten van gangster-praktijken.



Kakkerlakken-advocaten-kantoor-Boekx.
Laf, Corrupt, Leugenparadijs advocatenkantoor Boekx en hun Gerechts-Kakkerlak-deurwaarder Spaargaren voor al uw misdadige (media) praktijken, die het dag licht niet kunnen velen.

Het rijtje geschorste advocaten is in ieder geval vrij spectaculair. Fraude met gesubsidieerde rechtshulp (Tiebout). Misleiding van cliënten (Thissen). Oplichting (Kuijpers). Onbehoorlijke bedrijfsvoering (Bartels). Beleggingsfraude (Bloemers). Opdracht tot huurmoord (Troost). Daar kwam onlangs Van Hal-Scheffer bij. Deze Haagse advocate werd geschorst omdat zij haar cliënten voor tonnen oplichtte. Haar personeel had ze tot zwijgen verplicht met dwangsommen van 2,5 ton. De zaak ging rollen omdat een stagiair het bureau van de deken belde om eens te praten over het „liegen en bedriegen” waar ze getuige van was.

De advocatuur weet al een poosje dat er schoon schip gemaakt moet worden. In 2008 sprak ik de toenmalige deken Willem Bekkers. Het toezicht moest „actiever” worden, vond hij toen al. En de drempel om advocaat te mogen worden moest omhoog. Het idee dat het te makkelijk is, of in ieder geval geweest is, om advocaat te worden leeft breder. De sfeer was lang die van een standsorganisatie met vaderlijk toezicht, dat zich beperkte tot te hoge declaraties. Als er eens moest worden ingegrepen dan ging het eerder om drank of slordigheid. Maar nooit om witwassen, criminele dienstverlening of georganiseerde fraude. Sommigen leggen de schuld bij Job Cohen die in 1995 de advocatuur openbrak en bedrijfsadvocaten in loondienst tot de balie toeliet. Daarmee kwam het verschoningsrecht ook in dienst van bedrijfsbelangen. Advocaten gingen nauwe samenwerkingsbanden aan met notarissen en accountants en ontplooiden zich in de miljoenenwereld van het vastgoed, de overname- en fusiepraktijk. De advocatuur groeide snel, tot zo’n 16.000 advocaten nu. De Amsterdamse deken moet met een klein kantoortje toezicht houden op 5.000 advocaten in zijn arrondissement. Kan dat nog wel?

De Orde greep vorig jaar in met een pleidooi voor een onafhankelijk ‘systeemtoezichthouder’, die ook wel van buiten mocht komen. Zolang die maar van de cliëntendossiers zou afblijven. Daarna werd een ‘onafhankelijk rapporteur’ in eigen kring op onderzoekspad gestuurd. Dat was de Haagse ambtelijk coryfee Rein Jan Hoekstra die onlangs een tussenrapport uitbracht, met veel tongue in cheek adviezen. Hij is „voorlopig” van mening dat „kwaliteit, objectiviteit en integriteit van het toezicht” moet worden „versterkt”. Hoe vaak de dekens de kantoren in hun gebied controleren, welke klachten ze krijgen en wat ze er precies mee doen, Hoekstra kon er niet genoeg inzicht in krijgen. De burger dus ook niet.

Het gaat hier ronduit om de kwaliteit van de advocatuur zelf. Landelijk deken Jan Loorbach was er onlangs in het Advocatenblad openhartig over. Hij verzon het neologisme ‘kwaliteitsmijders’. Na anderhalf jaar dekenaat had hij te veel schendverhalen van rechters, politici en collega’s gehoord: over advocaten met te weinig kennis, gevallen van sociale ontsporing, over „omzetgericht inhoudelijk minimalisme”. Vermoedelijk een eufemisme voor te weinig kunnen, doen of weten, maar wel hoog declareren. Ontsporingen komen in de „beste kringen” voor, zegt hij. Maar uit wat hem „soms zorgwekkend losjes” wordt verteld, doemt een beeld op van een „structureel ondermaats presterende advocatuur”. Hij kan het weten. Maar wij zitten ermee.